Home Historie Artiesten Nieuws Beeld  Kunst Agenda Links

 

Adresgegevens:
Papelaan W 220,
2254 AL Voorschoten.

Impresario: Henri Boshouwer Kroet

 

Telefoonnummer:
071-5617417
06-25358951


E-mailadres:

impresariaat@toonzetter.nl

Kasteelconcert met vurige Tokayer wijn

Het anders zo bezonken koetshuis van kasteel Keukenhof in Lisse werd op dinsdagavond 10 oktober jl. in vuur en vlam gezet door muziek die werd uitgevoerd in een spontaan volkse en een gecomponeerde kunstversie. Uitvoerenden waren twee gelouterde rasartiesten: violist Andrei Serban en pianist Nico de Rooij. Hun vaders speelden al samen en zij brachten een programma dat de toehoorders in verrukking bracht. Dat er wel eens een nootje wegviel mocht niet deren; het voornaamste was dat de boodschap uit de poestas en de steppen tot het hart ging.

Het begon met de Oudhollandse dansen in een folkloristische, en een klassieke uitvoering van Julius Röntgen. Andrei Serban, deskundig gesteund door de piano wist van de klompendans met eenvoudige middelen een puur muzikaal geheel te maken. Hij liet horen dat, op de kunstmatige hedendaagse muziek na, veel muziek zijn begin heeft in de volksmuziek. Dat was ook het geval bij de andere delen van het programma: de blues, na 1863 ontstaan als uiting van ontevredenheid bij negerslaven, naast de Blues die Maurice Ravel als zijn visie van negermuziek opnam in zijn vioolsonate uit 1927. Oude Noorse dansen tegenover een Noorse dans van Johan Halvorsen. De eerste variant was bedoeld om gespeeld te worden op de Hardanger-viool; een instrument met minstens acht snaren. Andrei Serban liet zijn instrument klinken alsof het in plaats van vier, ook acht snaren bezat en kon in Halvorsens virtuose muziek al zijn violistische kwaliteiten kwijt. Glissandi, flageoletten en pizzicati werden moeiteloos aaneengeregen tot muziek van hoge klasse. Daarna was Leroy Andersons bekende Fiddle-Faddle te horen, nadat eerst een versie van de Ierse reels en jigs te horen waren geweest. A Yiddishe Mamme zong weemoedig van dingen die voorbij zijn en wees de weg naar John Williams’ Remembrances for Itzak Perlman. Die muziek kon echter niet uitstijgen boven het predikaat ‘filmmuziek’. Vrolijke en pittig gespeelde Klezmermuziek besloot het programma voor de pauze.

Na de pauze kwam muziek van een aantal Oosteuropese coryfeeën aan bod. De landstreken zijn uitgestrekt, de mensen arm en droefgeestig, maar tegelijkertijd vrij en vrolijk en in de muziek was dat allemaal te horen. Doina tegenover de Balada van Ciprian Porumbescu, Russische volksliederen naast de Canzonetta uit Tsjaikovski’s vioolconcert, dat technisch goed was, maar wat ruimer en breder gespeeld had kunnen worden. De Hongaarse csardas naast Hejre Kati van Jenö Hubay, en een volkse Finale gesteld naast de overbekende romantische Zigeunerweisen op. 20 van Pablo de Sarasate. Vrijwel steeds won de volksmelodie het van de gecomponeerde kunstversie. Samen met Kodály verzamelde Béla Bartók vanaf 1905 de volksmuziek van de Donaulanden. Zijn Roemeense dansen vormden de uitzondering op de regel en deze prachtige muziek met zijn geraffineerde melodieën en listige modulaties, won het nu eens glansrijk van de Roemeense volksmuziek Hora en Sirba.

Een avond gevuld met muziek, vol van de schoonheid van andere tijden en plaatsen, gespeeld met liefde en passie en vurig als Tokayer wijn.            

Ruud Braggaar, Voorschoten