
Adresgegevens:
Papelaan W 220,
2254 AL Voorschoten.
|
 |
Nieuws
Muziek zette
Keukenhof in bloei

zangeressen Tanja Goutier en Annet de Mos
Twee sopranen en een pianiste
zorgen voor schitterende avond
De lente laat op zich wachten en
daarmee de vrolijke, uitbundige bloei van crocussen, hyacinthen,
narcissen en tulpen. Op woensdagavond 28 maart jl. was in het koetshuis
van kasteel Keukenhof in Lisse van gebrek aan uitbundigheid geen sprake.
Daar bloeide in het Lenteconcert de muziek zoals de componisten het
hebben bedoeld: fel, meeslepend en soms weemoedig. De sopranen Tanja
Goutier en Annet de Mos, zeer muzikaal begeleid door de Russische
pianiste Tatiana Kiourou, zongen met een verbluffend gemak en een
acteertalent dat bijzonder mag worden genoemd, de mooiste liederen uit
het opera- en operetterepertoire. Begonnen in operettekoren en deskundig
verder geschoold, bezitten zij alle kwaliteiten voor een verdere uitbouw
van hun carričre.
Voor de pauze zong Tanja Goutier
helder en expressief het bekende Una voce poco fa uit Il
Barbiere di Siviglia van Rossini, gevolgd door So anch’io la
virtů magica uit Donizetti’s Don Pasquale, waarin Annet de
Mos een gloedvolle Norina neerzette. Samen zongen zij Der Hölle Rache
kocht in meinem Herzen uit Mozarts Die Zauberflöte en Tanja
Goutier dreigde in een lastige passage enig volume tekort te komen, maar
herstelde dit goed. Na Stizzoso, mio stizzoso uit La Serva
Padrona van Pergolesi en Oh mio babbino caro uit Gianni
Schicchi van Puccini was in het intermezzo de pianiste Tatiana
Kiourou aan de beurt. Zij speelde met veel plezier de Bloemenwals van
Tsjaikovski. Het was een openbaring deze vaak gehoorde muziek zo
muzikaal te horen vertolken en dat gold ook voor het intermezzo met
muziek uit Friska van Liszt. Alle facetten waren daarin te horen.
Afwisselend zongen de dames daarna Mozarts Sull’aria uit Le
Nozze di Figaro en Vedrai carino uit Don Giovanni en dan was
er ook nog Summertime uit Porgy and Bess van Gershwin.
Door Tanja Goutier mooi warm gezongen riep het een zomergevoel op met
rijpend koren. Schitterende muziek, en dat kon ook worden gezegd van het
Drinklied uit La Traviata van Verdi en het weinig gehoorde duet
Ich bin die erste Sängerin uit Der Schauspieldirektor van
Mozart. Grandioos acterend probeerden de sopranen elkaar de loef af te
steken tot de piano met een gebiedend pianissimo ingrijpt.
Na de pauze kwamen de dames in het
wit op en brachten de beste melodieën uit de operettewereld op de
planken. Spiel’ich die Unschuld vom Lande en Mein Herr Marquis,
beiden uit Die Fledermaus van Johann Strauss en Heia, heia in
den Bergen uit Die Csárdásfürstin van Kálmán is pure muziek
die vrolijk aandoet, maar altijd een weemoedige ondertoon heeft. Dat was
goed te horen in het gevoelig zingen van Annet de Mos in de aria Höre
ich Zigeunergeigen uit Gräfin Maritza van Kálmán. Hör’ich
Cymbalklänge uit Zigeunerliebe van Lehár was meeslepend,
terwijl Draussen in Sievering uit Die Tänzerin Fanny Elssler
van Strauss en het Viljalied uit Die lustige Witwe van Lehár
prettige meezingers waren. Dat kon ook worden gezegd van het laatste
lied van de avond: Tanzen möcht’ich uit Die Csárdásfürstin
van Kálmán. Een avond puur musiceren dus, waarop weinig viel aan te
merken.
Ruud Braggaar
freelance journalist, Voorschoten
|
 |