Opwindend concert in inspirerende omgeving

In de serie kasteelconcerten op
Duivenvoorde traden twee rasartiesten op die elkaar vonden in de
boeiendste muziek die er voor de liefhebber bestaat: die voor viool en
piano. Het gelegenheidsduo Julia Berinskaya (viool) en Evgueni Sinaiski
(piano) voelde elkaar feilloos aan en kwamen tot een zeldzame eenheid
van muziekbeleving.
De in St.
Petersburg geboren Sinaiski gaf het in zijn toelichting al aan: ‘Het was
moeilijk kiezen uit het rijke repertoire van 18e, 19e
en 20e-eeuwse muziek’. Op het programma van zaterdagavond 4
november jl. viel echter niets aan te merken. Het was een voortreffelijk
mengsel van vertrouwde muziek met veel Brahms, en muziek die wat minder
vaak te beluisteren valt, zoals die van Profofiev, De Falla en Bartók.
De avond
begon met het ‘Scherzo’ dat Johannes Brahms schreef ter gelegenheid van
het bezoek van de violist Joseph Joachim aan Düsseldorf in 1853, waarbij
Robert Schumann en Albert Dietrich de overige delen componeerden. Op die
manier kwam een sonate tot stand die bekend zou worden als de ‘FAE-Sonate’,
naar Joachims motto ‘Frei aber einsam’. Vervolgens speelden Berinskaya
en Sinaiski - maar wat heet ‘spelen’ als twee muzikanten al hun
inspiratie voor een muisstil publiek in zo’n mooie sfeer op de planken
kunnen brengen - de Sonate opus 108 van Brahms. Het eerste deel
‘Allegro’ was erg afgewogen, de inzetten stonden als een huis en het
einde werd mooi en lyrisch uitgezongen. In het ‘Adagio’ was de
onverklaarbare magie van Brahms te horen: de verrassende melodische
wendingen en de kleine verhogingen en verlagingen van toon die ook bij
Schumann aanwezig zijn. Het ‘Un poco presto e con sentimento’ was als
een mooi plaatje uit een kinderboek en het laatste deel ‘Presto agitato’
werd snel en opgewonden gespeeld zonder dat iets verloren ging. Viool en
piano vulden elkaar prachtig aan.
Na de pauze
was het louter dansen wat de klok sloeg. Dat begon met fragmenten uit
het in 1935 geschreven ballet ‘Romeo en Julia’ van Sergei Prokofiev
(1891-1953). Sinaiski zei in zijn toelichting dat deze muziek was
geschreven ‘na een verschrikkelijke tijd van de componist in de
Sovjet-Unie’ en dat was bijna tastbaar. Prokofievs muziek voelt
weliswaar vriendelijker aan dan die van zijn tijdgenoot Dimitri
Sjostakówitsj, maar roept door driftige staccati soms ook schrijnende
beelden op van dood en vernietiging. Manuel de Falla’s (1876-1946)
‘Spaanse suite’ komt voort uit de volksmuziek. Licht en sprookjesachtig,
zijn deze oorspronkelijk voor zang en piano geschreven dansen
verrukkelijk om te horen. Fluisterzachte flageoletten gaan bij
Berinskaya moeiteloos over in het door zonlicht overgoten rumoer van de
straat.
Van Béla
Bartók (1881-1945) is bekend dat hij samen met Zoltan Kódaly veel heeft
gereisd om de volksmuziek van de Donaulanden op te tekenen en zijn
‘Roemeense dansen’ zijn ongetwijfeld gebaseerd op dit materiaal. Na een
imposant begin van de viool in de lagere tonen dat direct de sfeer van
een weids landschap oproept, weerklinkt het prachtig eenvoudige en
tegelijkertijd gecompliceerde thema dat duidelijk maakt waarom juist
Bartók mocht zeggen dat zijn volksmelodieën ongerept zijn gebleven.
Van Brahms’
in totaal eenentwintig ‘Hongaarse dansen’ werden de nrs. 2,5,7 en 6
gespeeld. De pianist zat op het puntje van zijn kruk bij de
geraffineerde tempowisselingen, de uitstekende frasering en elastische
stokvoering van Julia Berinskaya en zij lieten horen dat een duo deze
muziek minstens zo opwindend kan spelen als een heel orkest. Berinskaya
woont in Milaan en zal ongetwijfeld de Italiaanse muzikale tradities
kennen. ‘Soms ben ik in de gelegenheid om op een instrument van de grote
vioolbouwers uit Cremona te spelen, maar ik keer toch steeds weer terug
naar mijn eigen instrument’ vertelde zij. Dat ‘eigen instrument’ is rond
1780 door een onbekende meester gebouwd in Duitsland of Tirol. Lag het
aan de afkomst van de viool dat het bij een repertoire met Brahms als
hoofdmoot allemaal zo vertrouwd klonk?
Het publiek
was na afloop zo enthousiast dat als toegift eerst het briljante
gelegenheidswerkje ‘L’alouette’ van A. Dimicu werd gespeeld, en toen dat
vrolijke leeuwerikje was uitgedarteld en opnieuw langdurig een staande
ovatie was gebracht, speelden Berinskaya en Sinaiski een ‘Waltz’ van
Julia’s in 1980 overleden vader Sergei Berinsky. Toen was het helaas
echt afgelopen.
Uit: Witte
Weekblad van 8 november 2006.
R.J. Braggaar,
Voorschoten
|