Home Historie Artiesten Nieuws Beeld  Kunst Agenda Links

 

Adresgegevens:
Papelaan W 220,
2254 AL Voorschoten.

Impresario: Henri Boshouwer Kroet

 

Telefoonnummer:
071-5617417
06-25358951


E-mailadres:

impresariaat@toonzetter.nl

Opwindend concert in inspirerende omgeving

In de serie kasteelconcerten op Duivenvoorde traden twee rasartiesten op die elkaar vonden in de boeiendste muziek die er voor de liefhebber bestaat: die voor viool en piano. Het gelegenheidsduo Julia Berinskaya (viool) en Evgueni Sinaiski (piano) voelde elkaar feilloos aan en kwamen tot een zeldzame eenheid van muziekbeleving.  

De in St. Petersburg geboren Sinaiski gaf het in zijn toelichting al aan: ‘Het was moeilijk kiezen uit het rijke repertoire van 18e, 19e en 20e-eeuwse muziek’. Op het programma van zaterdagavond 4 november jl. viel echter niets aan te merken. Het was een voortreffelijk mengsel van vertrouwde muziek met veel Brahms, en muziek die wat minder vaak te beluisteren valt, zoals die van Profofiev, De Falla en Bartók.

De avond begon met het ‘Scherzo’ dat Johannes Brahms schreef ter gelegenheid van het bezoek van de violist Joseph Joachim aan Düsseldorf in 1853, waarbij Robert Schumann en Albert Dietrich de overige delen componeerden. Op die manier kwam een sonate tot stand die bekend zou worden als de ‘FAE-Sonate’, naar Joachims motto ‘Frei aber einsam’. Vervolgens speelden Berinskaya en Sinaiski - maar wat heet ‘spelen’ als twee muzikanten al hun inspiratie voor een muisstil publiek in zo’n mooie sfeer op de planken kunnen brengen - de Sonate opus 108 van Brahms. Het eerste deel ‘Allegro’ was erg afgewogen, de inzetten stonden als een huis en het einde werd mooi en lyrisch uitgezongen. In het ‘Adagio’ was de onverklaarbare magie van Brahms te horen: de verrassende melodische wendingen en de kleine verhogingen en verlagingen van toon die ook bij Schumann aanwezig zijn. Het ‘Un poco presto e con sentimento’ was als een mooi plaatje uit een kinderboek en het laatste deel ‘Presto agitato’ werd snel en opgewonden gespeeld zonder dat iets verloren ging. Viool en piano vulden elkaar prachtig aan.

Na de pauze was het louter dansen wat de klok sloeg. Dat begon met fragmenten uit het in 1935 geschreven ballet ‘Romeo en Julia’ van Sergei Prokofiev (1891-1953). Sinaiski zei in zijn toelichting dat deze muziek was geschreven ‘na een verschrikkelijke tijd van de componist in de Sovjet-Unie’ en dat was bijna tastbaar. Prokofievs muziek voelt weliswaar vriendelijker aan dan die van zijn tijdgenoot Dimitri Sjostakówitsj, maar roept door driftige staccati soms ook schrijnende beelden op van dood en vernietiging. Manuel de Falla’s (1876-1946) ‘Spaanse suite’ komt voort uit de volksmuziek. Licht en sprookjesachtig, zijn deze oorspronkelijk voor zang en piano geschreven dansen verrukkelijk om te horen. Fluisterzachte flageoletten gaan bij Berinskaya moeiteloos over in het door zonlicht overgoten rumoer van de straat.

Van Béla Bartók (1881-1945) is bekend dat hij samen met Zoltan Kódaly veel heeft gereisd om de volksmuziek van de Donaulanden op te tekenen en zijn ‘Roemeense dansen’ zijn ongetwijfeld gebaseerd op dit materiaal. Na een imposant begin van de viool in de lagere tonen dat direct de sfeer van een weids landschap oproept, weerklinkt het prachtig eenvoudige en tegelijkertijd gecompliceerde thema dat duidelijk maakt waarom juist Bartók mocht zeggen dat zijn volksmelodieën ongerept zijn gebleven.    

Van Brahms’ in totaal eenentwintig ‘Hongaarse dansen’ werden de nrs. 2,5,7 en 6 gespeeld. De pianist zat op het puntje van zijn kruk bij de geraffineerde tempowisselingen, de uitstekende frasering en elastische stokvoering van Julia Berinskaya en zij lieten  horen dat een duo deze muziek minstens zo opwindend kan spelen als een heel orkest. Berinskaya woont in Milaan en zal ongetwijfeld de Italiaanse muzikale tradities kennen. ‘Soms ben ik in de gelegenheid om op een instrument van de grote vioolbouwers uit Cremona te spelen, maar ik keer toch steeds weer terug naar mijn eigen instrument’ vertelde zij. Dat ‘eigen instrument’ is rond 1780 door een onbekende meester gebouwd in Duitsland of Tirol. Lag het aan de afkomst van de viool dat het bij een repertoire met Brahms als hoofdmoot allemaal zo vertrouwd klonk?

Het publiek was na afloop zo enthousiast dat als toegift eerst het briljante gelegenheidswerkje ‘L’alouette’ van A. Dimicu werd gespeeld, en toen dat vrolijke leeuwerikje was uitgedarteld en opnieuw langdurig een staande ovatie was gebracht, speelden Berinskaya en Sinaiski een ‘Waltz’ van Julia’s in 1980 overleden vader Sergei Berinsky. Toen was het helaas echt afgelopen.

Uit: Witte Weekblad van 8 november 2006.

R.J. Braggaar, Voorschoten