Nieuws
Moderne
muziek en oude meesters op Kasteelconcert
Witte Weekblad door Ruud Braggaar
Pierre d’Or Trio
afwisselend in gevariëerd programma
%2001.jpg)
foto Jilles de La Rie
Voorschoten –
Het Kasteelconcert dat op 5 november jl. werd gegeven in de Marotzaal
van kasteel Duivenvoorde kende naast een aantal vlakke onderdelen
diverse hoogtepunten. De eerste uitvoering van Nico de Rooij’s Ostinato
voor hoorn, viool en piano was er een uit de laatste categorie. In een
stuk dat boeiend was van begin tot eind konden de musici zich uitleven
in de disharmonische klanken van de lastige vijfkwartsmaat.
Woelig stuk
Om maar meteen
met het laatste deel van de avond te beginnen: de Haagse
componist/pianist Nico de Rooij noemde het in zijn toelichting ‘een
woelig stuk’, en dat was het ook. Met vakmanschap geschreven, mankeerde
er aan de uitvoeringstechniek weinig. Violiste Pauline Terlouw speelde
sterk en voelde zich kennelijk thuis in dit stuk dat vroeg om een
stevige aanpak. Het eindigde ‘fraai zwevend boven de wateren’, met een
gedempte hoorn, pizzicati van de viool en terughoudendheid van de
piano.
In 2006 is het
240 jaar geleden dat Mozart Den Haag voor de tweede maal bezocht. Hij
componeerde voor die gelegenheid zijn variaties op ‘Laat ons juichen
Batavieren’. Zou het niet prachtig zijn als Nico de Rooij iets terugdoet
en voor die gelegenheid een ‘Hommage à Mozart’ schrijft, bijvoorbeeld in
de vorm van een aantal sonates voor viool en piano?
Fijne
arabesken
Voor de pauze
stond het Trio in Es, KV 407 van Mozart op het programma, maar dat kwam
door de keelontsteking van hoornist Pieter Gouderjaan te vervallen. In
plaats daarvan speelde Nico de Rooij de Prelude in cis, opus 3 van
Sergei Rachmaninov en een Toccata van Aram Chatsjatoerian en daarmee
werd veel goedgemaakt. Bij Rachmaninov werd met een mooi donker timbre
de droom hoorbaar gemaakt en bij Chatsjatoerjan loste het dwingende
ritme zich op in fijne arabesken, waarna de spanning weer werd opgebouwd
om uit te vloeien in melodieuze golven van heldere klanken. Opmerkelijk
is dat deze moderne muziek niet altijd ‘mooi’ is in klassieke zin, maar
wel uitermate verfrissend. Dat kon niet worden gezegd van het Trio nr. 1
van Frederic Duvernoy en de Sonate opus 15 van Jean Nisle. Deze
tijdgenoten van Mozart konden de uitvoerenden blijkbaar niet inspireren.
Bij Pauline Terlouw had de strijkstok soms weinig contact met de snaren
al zong de viool bij tijd en wijle mooi, en Pieter Goudriaan bleef wat
afwezig, maar dat was misschien te wijten aan de keelontsteking. Nico de
Rooij hield op de piano de zaak goed bij elkaar en liet soms de noten
‘als parels op oud marmer vallen’, alsof Mozart bij deze epigonen toch
over zijn schouder meekeek.
Bruch en
Gershwin
Na de pauze was
het allemaal anders. Het begon met delen uit de weinig bekende ‘Nachtgesangen’,
opus 83 van Max Bruch. “Ook instrumentalisten moeten kunnen zwijgen” zei
De Rooij in zijn toelichting; gelukkig gaven zij zich echter ten volle.
De violiste liet haar instrument zingen en de hoornist ontroerde met een
echt weemoedige nachtstemming. In Nachtgesang nr. 5 was de passie van
zigeunerklanken te horen en moest de hoornist alle zeilen bijzetten om
niet in het geweld van viool en piano onder te gaan. Nr. 8 werd prachtig
ingezet, dreigende wolkenluchten werden zichtbaar en de hoorn beeldde
een treurige afgewezen minnaar uit. Waarom horen we deze muziek niet
vaker?
In Gershwins
Rhapsody in Blue uit 1924 gaf De Rooij zich helemaal, al misten we toch
een beetje de gorgelende klarinet. Men kon er het brede stromen van een
rivier, de lichtreclames en de helse drukte van de straat in horen.
Prachtige muziek die nooit verveelt, gespeeld in een schitterende
omgeving.
|