Home Historie Artiesten Nieuws Beeld  Kunst Agenda Links

 

Adresgegevens:
Papelaan W 220,
2254 AL Voorschoten.

Impresario: Henri Boshouwer Kroet

 

Telefoonnummer:
071-5617417
06-25358951


E-mailadres:

impresariaat@toonzetter.nl

Nieuws

Moderne muziek en oude meesters op Kasteelconcert 
Witte Weekblad door Ruud Braggaar

Pierre d’Or Trio afwisselend in gevariëerd programma 


foto Jilles de La Rie

Voorschoten – Het Kasteelconcert dat op 5 november jl. werd gegeven  in de Marotzaal van kasteel Duivenvoorde kende naast een aantal vlakke onderdelen diverse hoogtepunten. De eerste uitvoering van Nico de Rooij’s Ostinato voor hoorn, viool en piano was er een uit de laatste categorie. In een stuk dat boeiend was van begin tot eind konden de musici zich uitleven in de disharmonische klanken van de lastige vijfkwartsmaat.

Woelig stuk

Om maar meteen met het laatste deel van de avond te beginnen: de Haagse componist/pianist Nico de Rooij noemde het in zijn toelichting ‘een woelig stuk’, en dat was het ook. Met vakmanschap geschreven, mankeerde er aan de uitvoeringstechniek weinig. Violiste Pauline Terlouw speelde sterk en voelde zich kennelijk thuis in dit stuk dat vroeg om een stevige aanpak. Het eindigde ‘fraai zwevend boven de wateren’, met een gedempte hoorn, pizzicati van de viool en terughoudendheid van de piano.  

In 2006 is het 240 jaar geleden dat Mozart Den Haag voor de tweede maal bezocht. Hij componeerde voor die gelegenheid zijn variaties op ‘Laat ons juichen Batavieren’. Zou het niet prachtig zijn als Nico de Rooij iets terugdoet en voor die gelegenheid een ‘Hommage à Mozart’ schrijft, bijvoorbeeld in de vorm van een aantal sonates voor viool en piano? 

Fijne arabesken

Voor de pauze stond het Trio in Es, KV 407 van Mozart op het programma, maar dat kwam door de keelontsteking van hoornist Pieter Gouderjaan te vervallen. In plaats daarvan speelde Nico de Rooij de Prelude in cis, opus 3 van Sergei Rachmaninov en een Toccata van Aram Chatsjatoerian en daarmee werd veel goedgemaakt. Bij Rachmaninov werd met een mooi donker timbre de droom hoorbaar gemaakt en bij Chatsjatoerjan loste het dwingende ritme zich op in fijne arabesken, waarna de spanning weer werd opgebouwd om uit te vloeien in melodieuze golven van heldere klanken. Opmerkelijk is dat deze moderne muziek niet altijd ‘mooi’ is in klassieke zin, maar wel uitermate verfrissend. Dat kon niet worden gezegd van het Trio nr. 1 van Frederic Duvernoy en de Sonate opus 15 van Jean Nisle. Deze tijdgenoten van Mozart konden de uitvoerenden blijkbaar niet inspireren. Bij Pauline Terlouw had de strijkstok soms weinig contact met de snaren al zong de viool bij tijd en wijle mooi, en Pieter Goudriaan bleef wat afwezig, maar dat was misschien te wijten aan de keelontsteking. Nico de Rooij hield op de piano de zaak goed bij elkaar en liet soms de noten ‘als parels op oud marmer vallen’, alsof Mozart bij deze epigonen toch over zijn schouder meekeek.

Bruch en Gershwin

Na de pauze was het allemaal anders. Het begon met delen uit de weinig bekende ‘Nachtgesangen’, opus 83 van Max Bruch. “Ook instrumentalisten moeten kunnen zwijgen” zei De Rooij in zijn toelichting; gelukkig gaven zij zich echter ten volle. De violiste liet haar instrument zingen en de hoornist ontroerde met een echt weemoedige nachtstemming. In Nachtgesang nr. 5 was de passie van zigeunerklanken te horen en moest de hoornist alle zeilen bijzetten om niet in het geweld van viool en piano onder te gaan. Nr. 8 werd prachtig ingezet, dreigende wolkenluchten werden zichtbaar en de hoorn beeldde een treurige afgewezen minnaar uit. Waarom horen we deze muziek niet vaker?

In Gershwins Rhapsody in Blue uit 1924 gaf De Rooij zich helemaal, al misten we toch een beetje de gorgelende klarinet. Men kon er het brede stromen van een rivier, de lichtreclames en de helse drukte van de straat in horen. Prachtige muziek die nooit verveelt, gespeeld in een schitterende omgeving.