
Adresgegevens:
Papelaan W 220,
2254 AL Voorschoten.
|
 |
Nieuws
Muziek recensie
Lidy van der Spek
Concert: Daniel Kwartet: Benzion Shamir (1e viool),
Misha Furman (2e viool), Itamar Shimon (altviool) en Joanna Pachuka
(cello). Gehoord: 5/4, Kasteel Keukenhof, Lisse.
Wat een
buitenkans om in het sfeervolle Koetshuis van kasteel Keukenhof een van
onze fraaiste strijkkwartetten te ontmoeten. Het Daniel Kwartet, o.a.
bekend geworden door de jaarlijkse Daniel Muziekdagen in Zeist bestaat
op ‘t ogenblik uit drie ‘oude’ rotten in het vak en een jonge Poolse
celliste, Joanna Pachuka die ruim twee jaar aan dit vertrouwde
gezelschap verbonden is. Al zou dat vóór de pauze nog enigszins te horen
zijn door haar iets terughoudende spel, in Dvoráks Strijkkwartet in F
is dat laatste beetje reserve opgelost als sneeuw voor de zon. Dit
viertal speelt onuitsprekelijk mooi, voelt zich thuis in elk genre,
speelt vanuit het diepst van hun ziel, en bereikt zo het hart van de
muziek.
Drie
strijkkwartetten van totaal verschillende componisten slaan alledrie in
als een bom, Shostakovitch’ Kwartet nr 8 bijna letterlijk. Na de dood
van Stalin in 1953 presenteerde Dmitri Shostakovitch zijn hoogst
emotionele 10e Symfonie waarin hij zijn eigen initialen verwerkte
D-Es-C-H, die hij in 1960 nógmaals gebruikte in dit desolate 8e
strijkkwartet dat hij schreef na een bezoek aan de ruïnes van Dresden.
Met dit kleine thema, een triest gebogen ruggetje, begint de cello,
versterkt door de herhaling in de alt, de tweede en tenslotte de eerste
viool. Dit stempel drukt Shostakovitch in allerlei verschijningsvormen
op en in de compositie; eenzaam, triest, uit elkaar getrokken, razend,
drammend, dwingend, verwaaid, omgezet in oorlogservaringen. ‘Daniël’
staat huiveringwekkend midden in de gloeiende oven, maar verbrandt niet!
Aan de drie striemende unisono streken, die als mokerslagen bij
herhaling de verdrukte mens in oorlogstijd belasten, valt ook voor ons
niet te ontkomen. Ook niet aan de verwarring en angst in het vierstemmig
radeloze lijnenspel tussen de slagen. Het Daniel Kwartet voert je mee,
laat je de verschrikkingen welhaast aan den lijve ondervinden tot in het
weemoedige laatste deel waarin het uitgeklede naakte thema ten grave
wordt gelegd. Het blijft heel lang stil voordat het applaus losbarst.
Zoveel wrangheid
kan bij het sterke Daniel Kwartet moeiteloos omslaan in het verbeelden
van feestvreugde, lichtvoetigheid, getuige de beeldschone uitvoering van
Haydns Strijkkwartet in Es, hier aan vooraf gaand. Met name de eerste
violist Benzion Shamir strijkt diep in de snaren, ontlokt de meest
intense, meest kleurrijke klank aan zijn instrument, zet als primarius
het hele kwartet in brand, wat bij de cello aanvankelijk nog wat schroom
oplevert. Het menuetje swingt door het Koetshuis, vol humor en
strijkgenot.
Pachuka is zoals
gezegd helemaal bijgedraaid in Dvoráks (Amerikaanse) Strijkkwartet in F,
waarin de strijkers uitdagend met elkaar communiceren. De altviool zingt
hier naar hartelust en met de tweede violist biedt hij meesterlijk
tegenspel. Dvoráks rijke muzikale verbeeldingskracht, gevoed door
Amerikaanse elementen, maar meer nog door het warmbloedig Tsjechische en
Slavische volksidioom dat hem juist in Amerika nog nader aan het hart
ligt, komt in het Koetshuis ‘ontwapenend’ tot leven. Door vier
rasartiesten die uit een bron putten overvloeiende van melk en
honing.
|
 |